De zon gaat slapen. Barnaby wordt wakker in de tuin. Hij rekt zich uit en zijn vleugels beginnen zachtjes te stralen. Wat hoort hij daar onder de grote struik?
In de donkere hoek zit een klein kevertje te rillen. "Ik kan de weg niet vinden," piept hij. Barnaby zegt: "Flap, flap, straal zo licht, Barnaby brengt het fijne licht!"
Achter een grote steen zit nog een kevertje. Barnaby schijnt met zijn vleugels. Het kevertje is blij en wiebelt met zijn pootjes. Ritsel, ritsel, wat hoort Barnaby in de blaadjes?
Drie kevertjes lopen nu achter Barnaby aan door de tuin. Hij wijst de weg naar hun huisje. Barnaby zegt: "Flap, flap, straal zo licht, Barnaby brengt het fijne licht!"
De kevertjes zijn thuis in hun zachte bedje van mos. "Klik-klik," zeggen ze vrolijk. Dankjewel, Barnaby! Nu worden de oogjes van Barnaby ook een beetje moe en zwaar.
Barnaby kruipt onder een mooie bloem. Hij slaat zijn warme vleugels om zich heen als een dekentje. In de stille tuin straalt nog één heel klein, zacht lichtje. Welterusten, Barnaby.