Kody reed vrolijk over het gras van het schoolplein. Ineens zag hij iets glinsteren tussen de sprietjes. Het was een blauwe broodtrommel, helemaal alleen. Wie zou de trommel kwijt zijn? Kody moest de eigenaar vinden voor de bel ging. Vroem, vroem, Kody gaat! Hij helpt iedereen die hij tegenkomt.
Kody reed naar de grote zandbak. Daar was Bram hard aan het werk met zijn graafmachine. Hallo Bram, is deze blauwe trommel van jou? vroeg Kody. Bram schudde zijn hoofd en wees naar zijn eigen rode trommel. Nee hoor, ik heb de mijne al. Vroem, vroem, Kody gaat! Hij helpt iedereen die hij tegenkomt.
Kody hoorde een vrolijke lach bij de schommels. Daar vloog Lotte hoog door de lucht. Lotte, ben jij iets kwijt? riep Kody. Lotte lachte en zwaaide met haar handen. Nee hoor, Kody! Ik heb net mijn lekkere appel al op. Vroem, vroem, Kody gaat! Hij helpt iedereen die hij tegenkomt.
Kody hoorde een zachte zucht bij de grote eikenboom. Achter de stam zat Sam op een bankje. Zijn schouders hingen laag en zijn buik maakte een hard, knorrend geluid. Sam keek heel verdrietig naar zijn lege tas. Heb je honger? vroeg Kody zachtjes. Sam knikte met een kleine traan in zijn oog.
Kody glimlachte met zijn grote, gele koplampen. Hij klikte zijn grijze bagagebox open. Daar lag de blauwe broodtrommel! Kijk eens wat ik vond! zei Kody blij. Sam sprong op van plezier en zijn ogen straalden weer. Mijn broodjes! Dankjewel, Kody. Wil je gezellig bij mij blijven terwijl ik mijn lunch eet?
Kody vond dat een geweldig plan. Hij klapte zijn daktent uit, zodat er een fijn plekje in de schaduw kwam. Sam en Kody zaten gezellig bij elkaar in het gras. Niemand hoefde vandaag met een lege buik te spelen. Samen genoten ze van de rust en hun mooie nieuwe vriendschap.