Er was eens een meisje dat Ema heette. Ema was een beetje dromerig, met een grote, zachte gele trui die zo groot was dat haar handen er bijna in verdwenen. Ze droeg een ronde bril die steeds van haar neus gleed. Wiep! Daar gleed hij weer. Op haar voeten droeg ze witte gympen met veters in alle kleuren van de regenboog. Ema hield van tekenen op haar tablet, maar ze hield nog meer van mensen helpen.
In haar straat zag ze dat sommige mensen een beetje sip keken. De postbode was moe en de buurman, meneer Brompot, keek alsof hij op een citroen had gekauwd. Bah! Ema dacht diep na. Ze knutselde en timmerde in haar schuurtje tot ze iets heel bijzonders had gemaakt: Babbel de Brievenbus. Babbel was felblauw en kon praten. Maar Babbel at geen brieven. Nee, Babbel was dol op tekeningen!
"Hé Ema!" zei Babbel met een stem die klonk als rinkelende belletjes. "Heb je nog iets moois voor mij?" Ema tekende een zonnetje op haar tablet en stuurde het naar Babbel. De brievenbus begon te trillen. Rrr-rrr-rrr! En toen... Pling! Uit de gleuf van de brievenbus kwam een warme, goudbruine wafel tevoorschijn. Het rook naar vanille en suiker. Ruik je dat ook? Heerlijk!
Op een dag was Babbel een beetje nukkig. Meneer Brompot liep voorbij en hij keek nóg bozer dan normaal. Ema tekende snel een hartje voor hem. Ze stuurde het naar de brievenbus. Maar wat gebeurde er? Klonk-klink-bliep! Babbel deed helemaal niets. De wafelmachine bleef stil. Ema probeerde het nog een keer. En nog een keer. Sjoe-woeps-niks! De machine was niet kapot, maar Babbel was een beetje verdrietig.
Ema begreep het ineens. Een tekening is niet zomaar wat streepjes op een scherm. Een tekening moet een knuffel zijn! Ze deed haar ogen dicht en dacht aan iets heel liefs. Ze dacht aan een warme deken en aan een dikke kus van mama. Ze tekende een zon die een sjaal droeg, speciaal voor meneer Brompot. Met al haar liefde stuurde ze de tekening naar Babbel.
Whirrr! Tikke-takke-tok! Puf! Babbel begon te dansen op de stoep! De brievenbus giechelde en maakte vrolijke geluidjes. En toen... Waf-waf-wafel! Er kwam een stapel wafels uitrollen, de een nog warmer dan de ander. Ze pasten precies in de handen van meneer Brompot. Hij nam een hap. Hap, slik, mmm! En weet je wat? Zijn boze gezicht verdween. Hij begon zelfs te glimlachen!
Al snel was de hele straat aan het smullen. De postbode danste met een wafel in zijn hand en overal dwarrelde poedersuiker rond, net als magische sneeuw. Ema schoof haar bril weer eens omhoog en lachte. Technologie is prachtig, dacht ze, maar liefde is de echte tovertruc die ieders buik vult. En zo eindigde de dag in de straat van Ema met een warme buik en een heel blij hart. Slaap lekker, kleine wafel-eter!