In de gezellige keuken van de familie Dino streek Rex zijn blauw-geel gestreepte trui glad. Vandaag was de grote dag! Hij pakte de verfrommelde boodschappenlijst en zijn rode bolderkar. 'Ik ga de weekboodschappen doen,' kondigde hij trots aan. 'Helemaal alleen, want ik ben al een grote dinosaurus.' Zijn moeder glimlachte, maar Rex zag niet dat zijn kleine broertje, Pip, hem stiekem achterna sloop terwijl hij de straat op marcheerde met zijn grote, rode sneakers.
Bij de Zonnige Dino-Markt rook het naar verse varenblaadjes en zoete modderkoekjes. Rex keek op zijn lijst: de reuzemeloenen stonden bovenaan. Ze lagen op een hoge stapel, glanzend in de zon. Meneer Langnek, de grote Brachiosaurus die de winkel runde, boog zijn lange nek naar beneden. 'Zal ik die zware jongens even voor je pakken, Rex?' vroeg hij vriendelijk. Rex schudde zijn kop. 'Nee bedankt, meneer Langnek! Ik kan het zelf!'
Rex ging op zijn tenen staan. Hij wiebelde op zijn rode schoenen en reikte zo ver hij kon met zijn korte armpjes. Met een flinke krachtinspanning wist hij een enorme meloen in zijn bolderkar te hijsen. Boem! De kar schudde ervan. 'Zie je wel,' pufte Rex terwijl hij een zweetdruppeltje van de ster op zijn snuit veegde. Hij voelde zich heel stoer, maar de lijst was nog lang en de kar werd al zwaarder.
Het volgende item was een doos knapperige kevercrackers. Terwijl Rex door het gangpad reed, kwam mevrouw Flapper voorbij vliegen. De Pterodactylus landde met een sierlijke zwaai naast de wankele kar. 'Oei Rex, die kar ziet er wel erg vol uit. Zal ik een paar tassen voor je dragen naar de kassa?' Rex hield het handvat van zijn kar stevig vast. 'Ik red me prima, mevrouw Flapper. Grote dino's doen alles alleen!'
Maar het ging mis bij het schap met de reusachtige potten augurken. Rex wilde de allergrootste pot pakken, maar de wielen van zijn karretje begonnen te rollen op de gladde vloer. De kar gleed weg en Rex moest rennen om hem tegen te houden, terwijl de pot augurken gevaarlijk naar de rand van de plank schoof. 'Oh nee!' riep Rex. De kar was te zwaar en de pot te hoog. Hij had handen tekort!
Net voordat de glazen pot op de grond kon kletteren, doken er twee kleine handjes op die de pot tegenhielden. Het was Pip! 'Heb je hulp nodig, grote broer?' vroeg de kleine dino hoopvol. Rex keek naar de wiebelende kar, de hoge plank en zijn eigen vermoeide poten. Hij besefte dat hij het bijna fout had laten gaan. 'Eigenlijk,' gaf Rex toe met een zucht, 'zou ik je hulp heel goed kunnen gebruiken, Pip.'
Samen waren ze een geweldig team. Rex wees aan wat ze nodig hadden en Pip hielp met het stapelen in de kar zodat alles stevig bleef liggen. 'De leider zijn betekent niet dat je alles alleen moet doen,' legde Rex uit terwijl ze samen de kar naar de kassa duwden. 'Het betekent dat je weet wie je kan helpen om de klus te klaren.' Pip straalde van trots omdat hij de officiële assistent-boodschapper was.
Die avond zat de hele familie aan een heerlijke tafel vol eten. De reuzemeloen smaakte extra zoet omdat ze hem samen hadden gehaald. Rex voelde zich groter dan ooit, niet omdat hij het alleen had gedaan, maar omdat hij dapper genoeg was geweest om hulp te vragen. Met zijn voeten in de rode sneakers stevig op de grond, wist hij het zeker: samenwerken met je familie is de allerslimste manier om te groeien.