In het midden van de stad Tik-Tak stond een heel bijzondere winkel. Het was de winkel van de honderd klokken! En in die winkel woonde Ryu. Ryu was niet zomaar een jongen. Hij had prachtig donkerbruine huid, een zilveren litteken op zijn voorhoofd en haar dat zo blauw was als de allerdiepste oceaan. En geloof het of niet, als Ryu vrolijk was, gaf zijn haar een zacht, blauw licht. Wauw!
Elke dag hoorde Ryu hetzelfde liedje in de winkel. Luister maar eens goed... 'Tik-tak, klik-klak, tik-tak.' De grote klokken deden: 'BOM! BOM!', en de kleine klokjes deden: 'ting-ting-ting!' Het was een vrolijk orkest van tandwieltjes en slingers. Ryu hield van die geluiden. Maar op een dag gebeurde er iets heel geks. Kun je raden wat? Alles werd stil. Muisstil.
De bakker wilde bloem strooien, maar de wolk van wit meel bleef zomaar in de lucht hangen. Een vogeltje wilde fluiten, maar het bleef stilzitten met zijn snaveltje open. De grote Hart-Klok was gestopt. 'Oei,' zei Ryu, en zijn blauwe haar pulseerde een beetje zenuwachtig. Hij keek in de klok en zag het meteen: overal zat 'Stof van Verveling'. De tandwieltjes waren moe en stijf geworden. Ze waren vergeten hoe ze moesten dansen!
Hoe kreeg Ryu ze weer aan de gang? Hij probeerde eerst hard te duwen. 'Krr-puf...' Maar de klok was veel te zwaar. Toen probeerde hij zijn magische saffieren hanger te gebruiken. 'Ziep! Zap!' Er kwamen blauwe vonkjes uit, maar de tandwielen bewogen nog steeds niet. Ryu begreep het: je kunt een klok niet dwingen om te lopen, je moet hem laten voelen hoe fijn het is om te bewegen.
Ryu sloot zijn ogen en dacht aan de liedjes die zijn oma vroeger zong. Hij begon zachtjes te neuriën. Zijn blauwe haar begon feller te lichten, als een kleine discolamp! 'Boem-tsjakka, tik-tok, boem-tsjakka, tik-tok.' Hij raakte de grootste raderen aan met zijn vingers. 'Sjoeff!' Daar gingen ze!
De tandwieltjes begonnen te draaien, maar niet gewoon saai in een rondje. Ze maakten een dansje! Ze draaiden pirouettes en sprongen over elkaar heen als kleine speelgoeddiertjes. 'Krrr-tsjing! Tik-tak-tjoep!' De magie van vroeger en de techniek van nu werkten samen als de beste vriendjes.
'Kijk!' riep Ryu. Het vogeltje buiten maakte zijn piepje af: 'Tjilp!' De wolk meel van de bakker dwarrelde eindelijk naar beneden: 'Pof!' De hele stad kwam weer tot leven. Ryu lachte en zijn blauwe haar fonkelde van plezier. Hij had de klokken geleerd dat een beetje hart en een vrolijk ritme alles weer laten draaien. En sindsdien? Sindsdien tikt de tijd in de stad Tik-Tak nooit meer saai, maar altijd met een klein huppeltje. En dat is hoe alles precies goed afliep.