Er was eens, niet zo heel ver van hier, een prachtige plek die de Vallei van Chroma heette. In deze vallei was alles feller dan fel. Het gras was niet gewoon groen, nee, het was sappig-appel-limoen-groen! De bloemen zongen bijna van kleur. En in het hart van deze vallei woonde Trixi. Trixi was een Berner Sennen hond met een vacht zo zacht als een wolk en een witte ster op haar borst. Aan haar halsband hing een koperen belletje dat bij elke stap een vrolijk 'Ting-ling!' geluidje maakte.
Maar op een dag gebeurde er iets geks. Heb je wel eens gezien hoe een tekening vervaagt als hij te lang in de zon ligt? Zo begon de vallei eruit te zien. De lucht werd niet blauw, maar een soort saai schoolbord-grijs. De bloemen lieten hun kopjes hangen en de vrolijke kleuren leken wel weg te glippen, als water door een zeef. Trixi keek goed om zich heen met haar diepbruine ogen. Ze zag dat de dieren niet meer met elkaar speelden en dat de mensen vergaten om 'hallo' te zeggen. De 'Grijze Mist' was gekomen, en die mist hield helemaal niet van gezelligheid.
"Woef?" dacht Trixi, terwijl ze haar kop schuin hield zodat haar zachte oren flapperden. "Waarom doet niemand meer aardig?" Ze merkte dat haar eigen glanzende zwarte vacht ook een beetje dof begon te worden. Dat kon ze niet laten gebeuren! Met een flinke 'Bum-bum-pat!' van haar grote witte poten ging ze op pad, richting de Piek van Bleekheid, waar de mist het allerdikst was.
Onderweg kwam ze Barnaby de Das tegen. Barnaby was normaal gesproken heel trots op zijn prachtige zwart-witte strepen, maar nu zag hij eruit als een stoffige oude sok. Hij zat somber naar een steen te staren. Trixi liep naar hem toe, kwispelde zo hard dat haar staart als een veer heen en weer zwaaide, en stak haar grote, sterke poot uit. "Hé Barnaby," leek ze te zeggen, "geef me eens een pootje!"
Aarzelend legde de das zijn poot in de hare. Pat-pat-woosh! Zodra hun kussentjes elkaar raakten, gebeurde er iets magisch. Een vlaag van neon-geel en diepzwart schoot vanuit Trixi’s poot over Barnaby heen! Zijn strepen glansden weer als nooit tevoren. De das keek verbaasd en gaf een klein sprongetje. De mist om hen heen loste een klein beetje op en de bloemen naast het pad sprongen direct weer overeind in een kleur die zo roze was dat je er bijna trek in een framboos van kreeg.
Trixi huppelde verder, 'Ting-ling!' deed haar belletje. Maar de weg was lang en de berg was hoog. Ze kwam bij de Fluisterende Wilg, een boom die normaal gesproken gouden blaadjes had die ritselden in de wind. Nu voelden de bladeren aan als droog, grijs krantenpapier. De boom zuchtte een stoffige zucht. Trixi aarzelde niet. Ze gaf de stam een hartelijke 'vriendelijke poot'. Sjoef-boem! Een golf van stralend goud verspreidde zich langs de takken. Maar Trixi begon een beetje moe te worden. Haar poten voelden zwaar. "Hoe kan ik nou de hele wereld weer kleur geven in mijn eentje?" dacht ze. Er waren zoveel poten om te schudden, zoveel eenzame harten om aan te raken.
Bovenaan de Piek van Bleekheid vond ze de Fontein van Verval. Daar zat de Oude Wever van Grijs, die alle kleuren in een grote pot aan het stoppen was. Alles was daar zo kleurloos dat het bijna pijn deed aan je ogen. Trixi zag Barnaby de Das en de Fluisterende Wilg in de verte staan. Ze begreep het ineens: ze hoefde het niet alleen te doen! Ze moest alleen laten zien hóé het moest.
Trixi begon te blaffen, een vrolijk, uitnodigend geluid dat door de hele vallei galmde. "Kom hier!" riep ze met haar ogen. Ze leerde Barnaby om zijn poot aan een verdrietige eekhoorn te geven. Ze liet de wind de takken van de Wilg verbinden met de Bleke Elfjes die hun lach waren vergeten. Iedereen begon elkaar aan te raken, een knuffel te geven of even een hand vast te houden.
En toen... KABOEM-KLEUR! De 'Grote Kleurengolf' barstte los. Het was een explosie van kleuren die we nog nooit hebben gezien: glinsterend smaragd, knallend koraal en diep, fluweelachtig paars. De mist werd weggejaagd door een enorme regenboog die uit de harten van alle dieren en planten kwam. De Oude Wever van Grijs liet zijn pot vallen en begon zelf mee te dansen, want ook hij was stiekem maar eenzaam geweest.
Trixi keerde terug naar haar mandje in de vallei, die nu mooier was dan ooit. Haar ster-vormige vlek op haar borst gloeide zachtjes na. Ze wist nu dat een klein gebaar, een 'vriendelijk pootje', de wereld weer prachtig kan maken als het even grijs lijkt. En als je goed luistert, hoor je in de verte nog steeds een zacht 'Ting-ling!' van haar koperen belletje, om ons eraan te herinneren dat we altijd even 'hallo' moeten zeggen. En zo kwam alles precies op zijn plek, met een heleboel kleur en een heleboel liefde.