Er was eens een meisje dat Zoe heette. Zoe had haar dat zo wit en zacht was als de pluisjes van een paardenbloem. Ze droeg een stoere spijkerbroek en haar laarzen maakten kleine stapjes in het gras. Stap, stap, wiebel-stap! Vandaag was een heel bijzondere dag op de boerderij. Zoe had namelijk een mand vol appels gevonden. Maar dit waren geen gewone appels. Nee, deze appels glommen zo hard dat het leek alsof ze knipoogden!
Zoe liep naar de grote, groene wei. 'Kom allemaal!' riep ze met een lach. 'We vieren een lachfeestje!' Weet jij wie er als eerste kwam kijken? Dat waren de wiebel-konijntjes en de wollige schapen. Ze waren een beetje verlegen. Maar toen nam konijntje Pip een hapje. Hap, slik, LOL! Zodra Pip de appel proefde, begon zijn neusje te dansen. Hij maakte een gekke sprong, wel drie meter hoog! Boing! Iedereen moest lachen. De schapen namen ook een hapje en—Bèèè-ha-ha!—ze begonnen te zingen als kleine vogeltjes.
Maar toen zag Zoe de ezel. Dat was Barnaby. Barnaby was een beetje brommerig. Hij hHeel erg brommerig, eigenlijk. Hij wilde niet dansen en hij wilde niet zingen. Hij wilde alleen maar een dutje doen in de schaduw. 'Lachen is tijdsverspilling,' dacht Barnaby met zijn grote, slappe oren omlaag. De andere dieren stopten met spelen. Als Barnaby verdrietig was, was het feestje minder vrolijk. Kun jij ook heel sip kijken, net als Barnaby?
Zoe wist precies wat ze moest doen. Ze huppelde naar de ezel toe. Huppel-de-pup! Ze haalde een heel speciaal klein appeltje uit haar mand. Het was goudkleurig en rook naar honing en zomer. 'Kijk eens, Barnaby,' zei Zoe zachtjes. Barnaby rook eraan. Snuif, snuif. Hij nam een heel klein slokje van het sap. Slurp!
En weet je wat er gebeurde? Eerst begonnen de oren van Barnaby te wiebelen. Waggel-waggel. Toen begon zijn staart te draaien als een helikopter! En toen... HIE-HA-HOOO! Er kwam een geluid uit Barnaby dat klonk als een vrolijke, roestige trompet. De ezel lachte zo hard dat hij ervan moest rollen in het gras. Iedereen lachte mee. Giechel, gaggel, grinnik!
Het hele weiland was nu vol met blije geluidjes. Zoe keek om zich heen en haar blauwe ogen glommen van plezier. Ze gaf Barnaby een dikke knuffel op zijn zachte neus. Het was het allerbeste feestje ooit. Want als je samen lacht, schijnt de zon nóg een beetje harder. En zo kwam alles precies op zijn pootjes terecht. Welterusten, kleine lachebekjes!